“Om de waarde te bepalen moet men de inhoud kennen”



Verandering in rechtsvorm, wanneer moet u dat doen?

Indien u, op advies van uw belastingconsulent besluit om uw bedrijf van rechtsvorm te wijzigen kan dit consequenties hebben voor uw fiscale positie. Bij gelijkblijvende omstandigheden zullen veranderingen van rechtsvorm of het “doorschuiven” van uw pand de economische waarde van het vastgoed niet beïnvloeden. Wel kan het zo zijn dat u bij verkoop meer aan de fiscus zou moeten betalen.

Als het pand waarin de onderneming is gevestigd, uw eigendom is: privé-pand of ondernemingspand?

Als u uw onderneming vestigt in een pand dat uw eigendom is, moet u voor de inkomstenbelasting altijd vaststellen of dat pand een privépand of een ondernemingspand is. Dat heeft gevolgen voor de lange termijn.

Stel dat het pand tot het vermogen van uw onderneming behoort en dat het in waarde stijgt. Die waardestijging is dan winst van uw onderneming. En over die winst moet u te zijner tijd belasting betalen. De gemiddelde waarde van een pand dat u privé in eigendom hebt, moet u per jaar opgeven als vermogen in box 3 voor de inkomstenbelasting. Omgekeerd: onderhouds- en verbouwingskosten zijn aftrekbaar als het pand van uw onderneming is, maar niet als het pand van u privé is. Van belang is dus: weegt de verwachte waardestijging van het pand op tegen de verwachte kosten?

Afschrijven

Over het deel van een eigen pand dat u voor uw onderneming gebruikt, schrijft u af. Gebruikt u het hele pand voor uw onderneming, dan kunt u dus over het hele pand afschrijven.

Uitgangspunten voor het bepalen van de afschrijving:

  • De bedrijfsruimte kan 50 jaar mee.
  • De hoogte van de afschrijving hangt af van de gebruiksduur van het pand.
  • U moet rekening houden met een restwaarde van het pand.
  • U mag niet afschrijven over grond.

De hoogte van de afschrijving berekent u als volgt. De aanschafwaarde van (het ondernemingsgedeelte van) het pand (= A) vermindert u met (een evenredig deel van) de waarde van de grond, die bij het pand hoort (= G). Verder houdt u rekening met de restwaarde van het pand (= R). De hoogte van de afschrijving per jaar is A – R – G x 2%. Op deze afschrijving kan een aftrekbeperking van toepassing zijn.

De toepassing van de jaarlijkse afschrijving op het pand is alleen mogelijk als:

  • De boekwaarde van het pand dat de onderneming gebruikt hoger is dan 50% van de WOZ-waarde (= bodemwaarde).
  • De jaarlijkse afschrijving over uw pand niet groter is dan het verschil tussen de boekwaarde en bodemwaarde.

Voorbeeld

De boekwaarde van een pand (inclusief ondergrond) is € 200.000. De WOZ-waarde is € 396.000. De bodemwaarde is € 198.000 (= 50% van WOZ-waarde). Daardoor is er maximaal € 2.000 af te schrijven in dit boekjaar. Er kan worden afgeschreven omdat de boekwaarde hoger is dan de bodemwaarde. De afschrijving: 2% op de boekwaarde van het pand € 200.000 = € 4.000. Maar er mag niet meer worden afgeschreven dan het verschil tussen boekwaarde en bodemwaarde. De afschrijving van het pand is dus maximaal € 2.000.

Horecamakelaars in heel Nederland

Berjan van de Weerd


Bekijk profiel

Koert van de Weerd


Bekijk profiel

Blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief