“Om de waarde te bepalen moet men de inhoud kennen”



Opzeggen van kredietrelatie, kan dat zomaar?

Het is aan de orde van de dag: banken die extra aflossingen eisen, geen (her)financieringen meer willen verstrekken, of zelfs de kredietrelatie in het geheel willen opzeggen. Dit raakt ook de vastgoedsector. Hoe verhoudt zich deze dagelijkse praktijk tot de bijzondere zorgplicht van banken?

De grote banken hebben een maatschappelijke taak te vervullen. Zij zorgen voor een goed functionerend betalingsverkeer en verstrekken financieringen aan ondernemingen. Bij de vervulling van die taken hebben zij een bijzondere zorgplicht jegens hun klanten, maar ook jegens derden. Die zorgplicht volgt uit artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden 2009 en uit artikel 6:2 BW (de algemene redelijkheid en billijkheid).

In de huidige marktomstandigheden gelden voor banken regels als Basel III, op grond waarvan banken hun balanspositie moeten verbeteren. Kort samengevat: meer
aflossingen, minder leningen. Dat leidt ertoe dat er vrijwel geen financieringen meer worden verstrekt aan het MKB, terwijl dit segment nu juist voor een belangrijk deel afhankelijk is van financiering door banken. Daarnaast heeft het MKB vanwege de omvang, in tegenstelling tot bijvoorbeeld grote multinationals, doorgaans een beperkte onderhandelingspositie jegens de banken als het gaat om de financieringsvoorwaarden.

Hoe moet de opzegging van de kredietrelatie nu juridisch worden beoordeeld? In 2003 heeft het Gerechtshof Arnhem een uitspraak gedaan (Hof Arnhem 18 februari 2003, Rabobank/Aarding), die vandaag de dag nog steeds richtinggevend is. In dit arrest heeft het hof negen criteria geformuleerd die van belang zijn voor de vraag of de bank de kredietrelatie mocht opzeggen. Deze normen gelden overigens evenzeer in gevallen waarbij de bank wil ingrijpen in bestaande kredietrelaties, bijvoorbeeld door extra aflossingen of zekerheden te verlangen.

Het hof stelt voorop dat de bank uit hoofde van haar maatschappelijke functie een bijzondere zorgplicht heeft, zowel jegens cliënten als jegens derden en dat de kredietopzegging ten minste moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Bij de beoordeling van de rechtsgeldigheid van de opzegging wordt getoetst aan de volgende criteria:

  1. Duur, mate van exclusiviteit, omvang, complexiteit en verloop van de kredietrelatie;
  2. Aanmerkelijke afname kredietwaardigheid en/of aanmerkelijke toename bancair kredietrisico, waarbij met name van belang is of er voldoende dekking is van risico door zekerheden en de mate van waarschijnlijkheid of en in welke omvang deze zullen blijven bestaan;
  3. Het gedrag en de betrouwbaarheid van de kredietnemer alsmede de mate waarin en de tijdigheid waarmee deze de bank op de hoogte heeft gesteld en stelt van alle voor de kredietrelatie relevante omstandigheden;
  4. Of en in welke mate de kredietnemer toerekenbaar is tekortgeschoten (bijvoorbeeld door – structurele en/of ruime – overschrijding van de kredietlimiet);
  5. De kans dat de onderneming van de kredietnemer, al of niet na reorganisatie of doorstart, zal overleven en de mate waarin de kredietnemer een reorganisatie heeft opgestart;
  6. Welke termijn de kredietnemer krijgt om een andere (huis-)bankier te zoeken en welke ernstige financiële problemen voor de kredietnemer (zullen) ontstaan indien hij zijn financieringsbehoefte niet op korte termijn elders kan onderbrengen;
  7. De wijze van besluitvorming van de bank voorafgaand aan de opzegging en de wijze waarop overleg is gevoerd met de kredietnemer en of en in welke mate de bank de kredietnemer tevoren heeft gewaarschuwd;
  8. Of de bank door eigen gedragingen (zoals toelating van de overschrijding van de kredietlimiet) verwachtingen heeft gewekt;
  9. Andere maatschappelijke belangen (waaronder het voortbestaan van werkgelegenheid).

Deze uitspraak is van ruim voor het uitbreken van de bankencrisis, die omstreeks de zomer van 2008 is begonnen. Hoe worden de bovengenoemde criteria nu beoordeeld in het licht van de bankencrisis? Vooral het onder 6. genoemde criterium zou tegen deze achtergrond een belangrijke rol kunnen spelen: in hoeverre krijgt de kredietnemer daadwerkelijk de kans om zijn financieringsbehoefte elders onder te brengen?

Enerzijds is er natuurlijk de zorg voor de balanspositie van de banken, waarbij strenge eisen worden gesteld aan de solvabiliteit, anderzijds is er de belangrijke maatschappelijke taak van de banken om financieringen te verstrekken aan (met name) MKB. In onze overtuiging zou het MKB aan de hand van de door het hof Arnhem geformuleerde normen een betere onderhandelingspositie kunnen creëren dan zij wellicht denkt. Het loont de moeite hier naar te kijken.

, dat per 1 september 2012 is gestart. Daarvoor was hij negen jaar advocaat bij een gerenommeerd advocatenkantoor in Nijmegen. Stevens is gespecialiseerd in het huurrecht, het onroerend goedrecht en het ondernemingsrecht. Daarnaast is hij sinds 2009 docent huurrecht bij de Radboud Universiteit Nijmegen, voor het onderdeel bedrijfsruimtehuurrecht. De missie van Guyot advocaten is het bieden van uitstekende juridische dienstverlening tegen een betaalbare, bij voorkeur vaste prijs. Stijn is te bereiken op telefoonnummer 024 329 7877 of per email s.stevens@guyotadvocaten.nl. Meer informatie op www.guyotadvocaten.nl.

Bron: Vastgoedjournaal, Stijn Stevens, advocaat/vennoot bij Guyot advocaten in Nijmegen

Horecamakelaars in heel Nederland

Berjan van de Weerd


Bekijk profiel

Koert van de Weerd


Bekijk profiel

Blijf op de hoogte van de nieuwste ontwikkelingen

Aanmelden nieuwsbrief